2015 Grote Prijs 
Jan Coldewey 2015

Op naar de vijfde Grote Prijs Jan Coldewey

 

Joep Rooijakkers, april 2014

 

Na de successen van 1996, 2002, 2006 en 2012 ligt het in de bedoeling, dat  “de Continentale”  in het najaar van 2015 opnieuw een vijfkamp voor continentale staande honden om “De Grote Prijs Jan Coldewey” zal gaan organiseren. Overal in den lande en ook tijdens de diverse jachthondenproeven en -wedstrijden bespeur je een enthousiast groeiende belangstelling voor dit in elk actief jachthondenleven terugkerend evenement, waarop 24 honden kunnen worden toegelaten. Bij overinschrijving zullen de aangemelde honden op eerder behaalde prestaties geselecteerd worden.

 

In een zware tweedaagse test zullen zij dan

aan de volgende  disciplines worden onderworpen:

 

een exterieurbeoordeling

 

een officiële KNJV-proef

 

een kampioenschaps-najaarsveldwedstrijd met CACT

 

een kampioenschaps-apporteerwedstrijd met CACT

 

een kampioenschaps-zweetspoorproef met CACT

 

Het idee om de toch vaak zo verschillend geaarde continentale staande honden, door middel van een vijfkamp in de diverse disciplines tegen elkaar te laten uitkomen, heeft inmiddels allerwegen bijval gekregen.

Zo kan worden aangetoond waartoe een goed gefokte en met beleid getrainde “allrounder” met de nodige praktijkervaring in staat is. En…waar hij in verhouding tot zijn ras- en soortgenoten uitblinkt of misschien juist te kort schiet. Ook zou duidelijk kunnen worden in hoeverre rasverenigingen, fokkers, voorjagers en misschien ook keurmeesters wellicht te specialistisch gericht zijn en daarmee bepaalde eigenschappen, van deze in oorsprong en bedoeling veelzijdige honden, uit het oog dreigen te verliezen. Dat in de totaalbeoordeling op deze vijfkamp ook het exterieur-reglement wel degelijk aandacht krijgt, past uitstekend in deze gedachte.

 

In 1996 was ik, als keurmeester van de KNJV-proef in de gelegenheid om de eerste “Grote Prijs Jan Coldewey” van nabij te mogen volgen. Ik was onder de indruk van de sfeer en ambiance waarin deelnemers en organisatie een prestatie neerzetten die bovengenoemde benaming daadwerkelijk eer aan deed.

Op dat moment was mijn Breton “Mathijs” een veelbelovende pup van vier maanden. Ik nam me al snel voor om deze hond een zo breed mogelijke opleiding te gaan geven en alles in het werk te stellen om met hem geselecteerd te kunnen worden voor de volgende “Grote Prijs”, die aan het begin van het nieuwe millennium volgens eenzelfde formule georganiseerd zou gaan worden. En jawel…naast de verdiensten op onze voorliefde (het veldwerk), kwamen er via prestaties op exterieur-tentoonstellingen en KNJV proeven voldoende punten binnen om zeker te zijn van selectie!

Naar mijn gevoel heeft het weinig zin om in de aanloop naar een dergelijk samengestelde wedstrijd nog uitgebreid te trainen op de disciplines die in opbouw en afwerking aardig op niveau zijn. Daarom koos ik ervoor om in de laatste maanden mijn aandacht voornamelijk te richten op het zweetwerk; een discipline waarin zowel voor mij als voor mijn hond nog veel te leren viel. Na enkele verrassende resultaten van bekende “veldhonden” op het zweet bij de eerste vijfkamp, concludeerde menig jachthonden-geleerde, dat het ook voor de meer veldwerkgerichte continentale staande honden kennelijk een koud kunstje zou zijn om een zweetspoor te leren lopen. Gold dit ook voor een Breton? Ik was eens benieuwd!

Onder leiding van een zeer ervaren kenner op het gebied van het zweetwerk, probeerde ik mij de kneepjes van het vak eigen te maken. Ook Mathijs deed, zeker toen hij begon te begrijpen waar het spelletje om ging, goed zijn best om tot resultaat te komen. Maar toch bleef ik, ondanks de bemoedigende woorden van mijn mentor, het gevoel houden dat we bezig waren met een omscholingscursus, die ons na een serieuze “beroepskeuzetest” beslist zou zijn afgeraden. Natuurlijk, we leerden een hoop en er waren aardige vorderingen, maar mijn reacties kwamen vaak net niet op het goede moment en als het erg moeilijk werd probeerde mijn hond ten einde raad steeds weer om de problemen met hoge neus op te lossen; een kunstje dat hij ook op de sleep en bij het binnenbrengen van een loper met succes had leren toepassen. Aan de zweetriem leidt dit echter tot complicaties waarbij het begeleiden van je hond nog eens dubbel zo moeilijk wordt. Mijn respect voor de kunst van het zweetwerk groeide met het toenemen van de kennis die me met zo veel geduld en enthousiasme werd bijgebracht. Steeds duidelijker werd het mij, dat het correct zweet lopen voor een hond, gefokt en getraind om hoog te jagen en daarbij grondverwaaiing te negeren, beslist niet als een vanzelfsprekendheid kon worden beschouwd. Ik troostte me met de gedachte, dat de meer zweetwerk gerichte honden bij het onderdeel veldwerk waarschijnlijk op hun beurt ook wel de nodige problemen zouden tegen komen. Want het contrast tussen neusgebruik bij zweet- en veldwerk is (naar menselijke begrippen) vergelijkbaar met het verschil in het hanteren van loep of verrekijker.

Op weg naar en zeker ook tijdens onze deelname aan deze tweede vijfkamp in 2002, drong de vraag zich steeds meer aan mij op: Hoe veelzijdig is mijn hond daadwerkelijk en hoeveel vorm en geluk moet hij hebben om gedurende deze twee zware dagen in alle onderdelen naar vermogen te presteren? Ook bij de “concurrentie” bemerkte je deze twijfel. Het leidde tot een sfeer die welhaast uniek is in een strijd om de hoogste eer: Geen betweterigheid, hooghartigheid of leedvermaak, maar respect en een oprechte belangstelling voor elkanders kennis en kunde; ingehouden trots en welgemeend medeleven in de wetenschap, dat daar waar je op het ene moment iedereen een poepje hebt laten ruiken, je bij een volgende discipline misschien wel met de billen bloot moet! We hebben het tijdens ons laatste onderdeel, de zweetspoorproef (dacht ik ’t niet!) aan den lijve ondervonden…

Ook in 2006 had ik het geluk om met een inmiddels weer aardig ervaren volgende Breton naar de Grote Prijs te mogen meedingen.

Opnieuw die ingetogen trots en de welgemeende felicitaties op de sterke onderdelen. Opnieuw het oprechte medeleven na een pittige teleurstelling.

Ook nu weer een ervaring om nooit te vergeten!

In 2012 mocht ik dit prachtige jacht-kynologisch gebeuren weer eens als keurmeester meemaken. Er zijn dan zestien jaren verstreken sinds de eerste vijfkamp, maar de unieke sfeer en impact die de Grote Prijs Jan Coldewey zo kenmerken, blijkt in de ongewijzigde formule ijzersterk te zijn behouden.

We gaan ons ernstig voorbereiden op een derde deelname met onze volgende Breton. Want hij komt er aan op 16 en 17 oktober 2015:

 

de vijfde Grote Prijs Jan Coldewey!

 

Ongetwijfeld zal hij weer veel verschillend gerichte jachthondenmensen op een unieke manier met elkaar in contact brengen. Contacten waarin over en weer veel van elkaar valt op te steken.

Dank en lof aan “de Continentale” voor het voortzetten van dit prachtige evenement. De organisatie zal ongetwijfeld weer een loodzware klus zijn, maar dankzij de inzet en bereidwilligheid van organisatoren, de gulle gastheren, de sponsoren en vele andere betrokkenen zal ook de Grote Prijs Jan Coldewey 2015 beslist weer heel veel meer dan de moeite waard worden!

winnaar 2012